Ik noem het altijd “struinen”. Wat voor woord zou je er anders voor moeten bedenken? Wij struinen graag en dan in het bijzonder in gebieden die we niet kennen. Waar we nog echt mogen ontdekken. Wat de plaatselijke bevolking al lang kent en het doodnormaal vindt kunnen wij als mooie ontdekkingen in de vakantie albums plakken. Bij ons begint zoiets eigenlijk al op de heen weg. Nu hangt het er vanaf of we de grote wegen kiezen of de route binnendoor. Dat laatste levert regelmatig lichte rempartijen en stops op.Een voordeel is tegenwoordig dat je de navigatie op “korte route” kunt zetten. Dan ga je dus echt binnendoor en dat kunnen ook gewone onverharde ‘binnendoorweggetjes’ zijn of een pad dat zanderig eindigt op het erf van een boer.

Het zijn juist die mooie kleine wegen die je ver van de tolwegen door de meest fantastische gehuchten voert. Ergens staat daar dan wel een verlaten huis of boerderij die ons nieuwsgierig maakt. Vaak zijn het de afgebrokkelde muren, dichtgetimmerde luiken en kapotte daken die de interesse wekken. Bordjes met verboden toegang maken al lang niet meer zoveel indruk als vroeger. De ervaring leert immers dat er maar weinig dreiging vanuit gaat als je ook echt “gepakt” wordt. De waarschuwingsborden die we vorig jaar tegen kwamen bleken bij nader inzien toch wel flinke boetes met zich mee te brengen zoals uit de foto’s bleek toen we ze terug keken.

De veiligste en gemakkelijkste manier is toch altijd nog de domme toerist uithangen als je plotseling tegenover een landeigenaar of de politieagent staat. In je beste Engels en Nederlands uitleggen dat je er allemaal niet zoveel van snapt en ondertussen de schoonheid roemen van het land of pand waar je je bevindt. In mijn geval doet een camera vaak wonderen en als ik dan ook nog mijn perskaart, bibliotheekpas of mijn oude ziekenfondspasje laat zien dan kun je nog best ver komen. In de tijd van de terroristische dreigingen in Frankrijk stonden we gewoon op de finishlijn van de Tour de France te fotograferen. Altijd je pasjes bewaren. Hoe onduidelijker hoe beter en als er nog ergens een pasfoto op staat dan scoor je nog meer punten.

Bijgaande foto’s komen uit Frankrijk. We reden in de buurt van Pacy op een prachtige weg die omgeven was met hoge struiken en bossen. Helemaal diep tussen het groen kijk je dan vanuit je ooghoeken of je ergens een verdwaald dak of torentje ziet staan. Zo passeerden we een prachtige boerderij met daarvoor een groot stuk dat omgeven werd door een hele oude muur. we konden niet zien wat daar dan weer achter stond. “Op de terugweg even kijken” roepen we dan maar de terug weg wordt vaak een hele andere zodat het een zoektocht wordt waar we nu precies wat gezien hebben. Dan kan het weleens dagen duren voordat we het bewuste weggetje met verlaten huis of schuur gevonden hebben.

Het was niet meer dan een klein stukje dak wat we vanaf de weg zagen. We reden op een stoffige zandweg die parallel liep aan de weg waar we de boerderij met die lange muur gezien hadden. In de verte  zagen we de boerderij en dan moest nu toch dat andere gebouw komen. Het leek een heuvel met veel bos totdat we ook een raam zagen. Dit was dus wel het gebouw waar we het dak van zagen maar het was helemaal begroeid. De ervaring leert dat je nooit je auto direkt voor zoiets neer moet zetten dus we parkeerden maar een kleine honderd meter voor de bestemming. Gezien de begroeiing verwachten we veel stuiken met stekels dus de rubberen laarzen  moesten wel aan.

    

Lopend door het struikgewas weet je eigenlijk al dat je weer iets moois gaat ontdekken. Dan sta je tussen twee oude gebouwen die allebei van buiten al zo fotogeniek zijn dat het binnenste nooit tegen kan vallen. En zo was het ook. We kwamen in een soort groot koetshuis waar oude rijtuigen stonden en de meest prachtige oude luiken en vensters. Als met een grote bus zouden zijn dan hadden we prachtige luiken en vensters voor ons huis kunnen hebben. Hier was in geen jaren iemand geweest en het voelde een beetje als een snoepwinkel. Het meest vreemde waren nog wel de kisten met portiergranaten die er stonden. Ergens zei me iets dat we hier maar niet mee moesten slepen….

Dit zijn de gebouwen waar we naar zoeken. Hier rijden we graag een stukje voor om. Het koetshuis bleek boven het water gebouwd te zijn met een klaterende watermolen direkt naast het gebouw. Onder de planken lagen water afvoergoten en de karkassen van dieren. In dit koetshuis lagen grote reclameborden. Met de hand beschilderd en waarschijnlijk gebruikt voor dorpsfeesten met kermissen.

Dit gebouw hoorde bij iets anders. Een groot herenhuis maar de deur van het huis hebben we nooit kunnen vinden. Dan maar door het raam naar binnen…. Zou het binnen net zo spannend en mooi zijn?

  

 

  

En het bijzondere was dat achter deze twee eeuwenoude panden een klein kasteel stond met twee vrij agressief blaffende en snuivende donkere honden die, zoals ik het zag, een vrije doorgang hadden naar het naast gelegen gebouwencomplex zoals het hierboven op de foto staat. Ik kwam dan ook niet verder dan een kijkje over deze muur om deze andere gebouwen te bekijken. Eenmaal gebeten door een hond blijft dat je toch achtervolgen dus ik gokte er niet op. Mijn lief, daarentegen, kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en waagde zich toch binnen de ommuurde binnenplaats om net even verder te kijken. Geen hond te zien maar toch niet te ver gaan want je weet maar nooit. Welke schatten er nog meer verborgen zaten in deze gebouwen zullen we dus nooit weten.

Toen we weer terug gelopen waren ontdekten we een, overwoekerd door het onkruid, stapel oud ijzer met een reclamebord. Ik geloof niet dat we de cultuurhistorie van Frankrijk hebben aangetast maar dit bord maar dit is toch mooi mee gegaan naar Nederland.

Net voor het wegrijden kwam er een steviger bolide de weg op gereden. Een oudere heer stopte zijn auto iets verderop , stapte uit en keek onze richting uit. “Aanval is de beste verdediging” dacht ik en vertelde hem in mijn goed Engels dat het zo’n prachtig gebouw was en waarvoor het gediend had. In vloeiend Frans ratelde hij er van alles uit waar mijn bevestiging en glimlachend geknik hem goed stemde. Tenslotte in het Engels de waarschuwing dat het daar erg gevaarlijk was om rond te lopen want er is een groot instortingsgevaar. Met een vriendelijk dankwoord namen we afscheid. Gelukkig maar dat hij ons waarschuwde…. Pffff. Instortingsgevaar.  Huhuh…..