Mijn vader Cees Reedijk, is een held want hij zat in het verzet. Krijg die gedachte maar eens uit het hoofd van een kleine jongen. Dat lukt niet.

Deze foto is gemaakt in de oorlogsjaren. Hij was tussen tussen de 20 en 25 jaar. Ooit heb ik ook dit jasje nog gezien. Ik weet niet meer wanneer en waar. Een klein ventje was ik die de stugge stof van deze jas altijd zo bijzonder vond.

Eigenlijk kan ik me niet herinneren dat hij dit ooit verteld heeft wat hij in de oorlogsjaren deed. We wisten het. Mijn vader zat in het verzet. Dat was gewoon zo. Hij heeft altijd in het verzet gezeten.  Nooit heb ik grote verhalen gehoord over de oorlog. Spectaculaire of emotionele momenten zijn er nooit genoemd.

Mijn vader zat in het verzet. Dat was voor mij net zo gewoon als dat hij in het bestuur van het C.N.V., de bond, zat of op het koor. Heel gewoon. Dat hoorde bij het dagelijks leven. Dan had je ook vergaderingen met een bestuur. Nou, dat deed hij ook met zijn vrienden uit het verzet. Dan hoorde je namen waarvan je er een paar kende “van horen zeggen” maar niet persoonlijk.

In de oude schuur achter het huis zat een plaatje gespijkerd op de deurpost. Een koperen plaatje. Later begreep ik dat het van een helm geweest was. Als mijn vader er langs liep wreef hij vaak “onopgemerkt” met zijn elleboog over dat plaatje. De stof van de jas liet het weer even glimmen. Op zolder bij mij ligt nog een tegeltje met de Hollandse leeuw. Daar moest ik “zuinig” op zijn. Ik heb mijn vader nooit “Duitsers” horen zeggen. Dat bleven altijd “moffen”.

Als kleine jongen was ik dol op geschiedenis maar ik heb mijn vader nooit echt naar de oorlog en het verzet durven vragen. Nu vind ik dat jammer. Misschien zou ik niet veel meer te weten zijn gekomen dan dat ik nu weet maar toch……. Mijn vader heeft na de oorlog getracht om de rol van het verzet levend te houden. Dat deed hij met zijn verzetsmensen uit de oorlog. Een club mensen die elkaar nodig hadden. Toen en later.

Elke keer denk ik “als ik het straks wat rustiger heb” ga ik alle papieren doorlezen. De koninklijke onderscheiding bekijken en alle boeken doorworstelen waarin het verzet en mijn vader genoemd zijn.  Ik stel dat een beetje uit en weet niet waarom.

In mijn ogen was mijn vader een held in de oorlog. Een held zoals alleen een kleine jongen uit Klaaswaal dit kan ervaren. Ik denk er nog steeds zo over maar ben nu vooral nieuwsgierig naar de feiten.

Toen ik net mijn rijbewijs had wilde mijn vader op 4 mei een rondje gaan rijden in de Hoekse Waard. Hij stuurde me de polder in en bij een boerderij moest ik stoppen om even op het erf te kijken. Hij kende die boerderij nog van vroeger. Ik dacht dat hij er gewerkt had.

“Hier is veel gebeurd” zei hij en liet het daarbij.

Toen de kolenkachel de deur uitging en wij gas kregen moesten de leidingen onder de huiskamer door gelegd worden. In de huiskamer bleek een luik te zitten. Vloerbedekking los en het luik ging open. Toen al een beetje te nieuwsgierig zat ik al snel onder de vloer. Een aantal conservenblikken, een oranje band, oude kranten en een krant waar wat zwaars in gewikkeld zat. Ik moest toch maar heel snel uit die kruipruimte komen want het was er veel te vies. Toen ik zei dat het wel meeviel moest ik van mijn vader veger en blik uit de schuur halen. Hij zou zelf wel even kijken of het schoon was. Terug in de kamer met veger en blik was mijn vader al weer onder de vloer vandaan. “Het valt inderdaad wel mee” zei hij en ik kroop weer onder de vloer. De blikken, de oude kranten en de oranjeband heb ik mee naar boven genomen. Die krant met dat zware ding zag ik niet meer. Ik wist het toch zeker dat…..

Als op 4 mei de herdenkingen zijn zie ik mijn vader staan in Klaaswaal op het Oranjeplein. Het aantal mannen en vrouwen die de krans legden werd steeds kleiner. In het pak met zijn lintje stond daar mijn held. Kaarsrecht. Het Wilhelmus uit volle borst. Ik hoorde hem er altijd bovenuit.

4 mei blijft een bijzondere dag. Een eerbetoon aan hen die er voor zorgden dat wij nu onze vrijheid hebben. Die ene dag die onze gedachten en dankbaarheid bij elkaar brengen.

Ik weet zeker dat ik bij het volkslied weer even bij die boerderij ben, onder de vloer en de stugge stof van de legerjas voel. Kaarsrecht.

cees reedijk bs 40-45